Lisette Verkerk in Peru

Aardappel

De oeraardappel

“Alle aardappelrassen stammen af van een Zuid-Amerikaanse oeraardappel, die al sinds mensenheugenis door de Inca’s werd geteeld. Na de ontdekking van Amerika door de Spanjaarden is de aardappel over de wereld verspreid geraakt en na rijst het meest populaire voedsel geworden. Door selectie en kruising zijn in de loop van de tijd honderden nieuwe rassen ontstaan.

 

De aardappel komt oorspronkelijk uit het Andesgebied in Zuid-Amerika. Daar verbouwden de Inca’s, een indianenvolk in Peru en Bolivia, dit knolgewas al sinds de tweede eeuw van onze jaartelling. In de Andes komen 4000 verschillende varianten van de wilde aardappel voor. Ze zijn klein en smaken bitter. Door de indianen worden deze aardappelen echter als voedsel gewaardeerd omdat ze veel zetmeel bevatten en tot op de sneeuwgrens, ongeveer 4000 meter hoog, zijn te verbouwen.

In Incataal heet de aardappel ‘papa’. Het woord ‘patat’ dat wij gebruiken voor gefrituurde aardappelen is afgeleid van het Spaanse woord ‘patata’, wat weer een verbastering is van het Haïtiaanse woord ‘batata’.

De Inca’s aten de aardappel van oudsher gekookt, gebakken, gedroogd en gestampt. Van aardappelmeel bakten ze brood en taart. Al vroeg ontwikkelden de Inca’s zelfs een vriesdroogmethode. Aardappels werden een nacht in de koude lucht gelegd, daarna trapte men het vocht eruit en uiteindelijk begroef men ze in de sneeuw. Zo blijven ze lang goed, om in moeilijke tijden tot voedsel te dienen. De aardappel speelde ook een rol in de Inca-religie: in grafkelders zijn prehistorische potten gevonden in de vorm van aardappelknollen, met ogen en al.”

Deze informatie over de aardappel in Peru heb ik gevonden op de website www.museumkennis.nl. Een interessante website waar je een schat aan informatie over verre volken, oude culturen en de natuur vindt.

Het boerenleven

De hooglandindianen zijn boeren, de aardappels en dieren zijn het belangrijkste bezit van de families. De dieren: alpaca’s, lama’s, schapen en een enkele koe, geven de hooglandindianen een groot deel van de producten die ze nodig hebben om te overleven: vlees, wol, botten voor weefinstrumenten en mest voor het land of als brandstof. Daarnaast worden de lama’s gebruikt als lastdier.

De aardappeloogst

De maand april staat in het teken van de aardappeloogst. Traditioneel worden de aardappels tijdens het werken op het land, gegaard in een aardeoven, watia genoemd.

Een grote groep lama’s draagt de aardappels van het veld naar het dorp. Daarbij dragen de dieren prachtig, kleurrijke halsversieringen met bellen.

Om de aardappels lange tijd goed te kunnen bewaren, worden ze op een hoop bij elkaar gegooid en uiteindelijk afgedekt met berggras om te voorkomen dat ze bevriezen.